Stevia-Benelux Groep
Home
Ons Assortiment
Overige Natuurproducten
Webshop
Contact
Feiten
Vragen en Antwoorden
Overzicht Zoetstoffen
Wettelijke Status
De Plant




De Plant

De plant waaruit de zoete stoffen (met als wetenschappelijke naam steviolglycoside aangeduid) wordt gewonnen, heet voluit Stevia Rebaudiana Bertoni, en stamt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Deze plant wordt vooral aangetroffen in het Amambaygebergte in het noordoosten van Paraguay en in het zuiden van Brazilië. De bladrijke, groene plant wordt daar al eeuwenlang gebruikt als zoetstof voor allerlei toepassingen. Als lid van de composietenfamilie - waartoe ook de paarden- en zonnebloem behoren - is de steviaplant ook bekend onder diverse andere namen, zoals Yerba Dulce, Erva Doce, Honingblad, Süßblatt, Ka'a He'e, Zuca-Ka'a en Ka'a-Yupe.


De Geschiedenis

Voor zover bekend, is Stevia Rebaudiana Bertoni de enige plant van het chrysantheumgeslacht die kan worden gebruikt het voor de productie van steviolglycoside. Het zijn alleen de bladeren die de twee belangrijkste zoetcomponenten Stevioside en Rebaudioside A (Reb-A) bevatten. Deze twee verschillende componenten worden onder allerlei namen op de markt gebracht, in evenzoveel verschillende kwaliteiten, bijvoorbeeld Stevia, Stevioside, Stevia-extract, Steviolglycoside, Rebaudioside, Steviana en Truvia.

Historisch gezien, wordt Stevia al honderden jaren gebruikt. De Spanjaarden ontdekten in de 17de eeuw dat de oorsprokelijke bewoners in Paraguay de plant, lokaal bekend als Ka'a He'e, toevoegden aan hun lokale dranken, snacks en inheemse medicijnen. Ook bewoners van naburige streken profiteerden van de bijzondere eigenschappen. Laat in de 18de eeuw beschreef botanicus Moises Bertoni het gebruik van Stevia in een studie over Paraguayaanse planten. Naarmate de informatie over het nuttig gebruik van Stevia zich verbreidde, werd vanaf 1908 de plant steeds meer in cultuur gebracht en werden er ook pogingen ondernomen om de plant in andere landen te kweken.


Internationale Ontwikkeling

In 1913 lukten het Franse chemci voor het eerst om Stevioside en Rebaudioside A uit steviablad te extraheren. Dat maakte de weg vrij voor de teelt en verdere verbreiding van steviolglycoside. Als voortvloeisel daaruit werd de plant begin jaren 70 actief gekweekt in Japan. Dit land - met een jaarbehoefte van 70 ton - is vandaag de dag de grootste verbruiker van stevia. 30-40% Van de behoefte aan zoetstof wordt in Japan met steviolglycoside gedekt. Ook in landen als China, India en Zuid-Korea is het vrij beschikbaar.
In de VS heeft steviolglycoside in 2009 de GRAS-status gekregen, waardoor de Amerikaanse markt is opengegaan.
Medio juni 2009 heeft de Voedselautoriteit in Frankrijk een positief advies afgegeven over het gebruik van Stevia Rebaudiana A voor een periode van 2 jaar. Daarmee was Frankrijk het eerste land in Europa dat de markt enigszins vrijgaf. Zwiterseland volgde het voorbeeld van Frankrijk al snel. 
De Beneluxlanden volgden stipt het eerdere genomen besluit van de EU om Stevia als toevoeging aan voeding te verbieden.
 
Op 14 april 2010 heeft de European Food Safety Authority (EFSA) - de waakhond over voedselveiligheid in Europa - besloten steviolglycoside voor te dragen voor toelating op de Europse markt om dit natuurproduct toe te staan als additief aan voeding en dranken.
Dat heeft geresulteerd dat met ingang van 2 december 2011 Stevia (officieel steviolglycoside geheten)binnen de EU officieel wordt toegestaan, zij het onder bepaalde voorwaarden.

Intussen blijft de EUSTAS (European Stevia Association) zich beijveren om de thans gestelde normeringen te verruimen en bijvoorbeeld ook gedroogd steviablad en planten toe te laten.


Teelt en Oogst

De in het wild groeiende steviaplant is alleen te vinden in de thuislanden Paraguay en Brazilië. In gekweekte vorm treft men de steviaplant in diverse regio's aan, zoals in Azië, India, Noord- en Zuid-Amerika en zelfs in Europa. De teelt van Stevia vereist veel zon, voldoende neerslag en is bovendien arbeidsintensief. De plant is niet vorstbestendig en vraagt veel handmatige verzorging.
Het is bekend dat de resultaten van het zaaien van steviazaad over het algemeen teleurstellend zijn. Vermeerdering van de plant is het meest succesvol via stekken.
 
De bladeren worden geoogst door de stelen tot ca. 5 cm boven de grond af te snijden. Dit kan 3-4 maal per jaar gebeuren. Daarna worden de bladeren gereinigd en  - voordat ze verder verwerkt worden -  in de zon, of door middel van hete lucht, gedroogd. Van oorsprong werden verse steviabladeren ook direct gebruikt om thee van te trekken.
 
De plant zelf kan in praktisch elk land worden gekweekt. De verdere bereiding is echter heel specifiek aan regels gebonden. Veel landen passen echter hun eigen methodes toe. De teelt van steviaplanten houdt gelijke tred met de groeiende populariteit. Helaas wordt daarbij lokale wetgeving vaak met voeten getreden
.


Steviolglycosideproducten die voldoen aan de gestelde voorwaarden, mogen 
per 2 december 2011 als suppletie aan voeding en dergelijken worden toegevoegd! 
De overige steviaproducten mogen binnen de EU uitsluitend worden aanbevolen en verkocht
voor uitwendig gebruik (bijvoorbeeld als grondstof voor huid- en mondverzorging).   
           
Home
Over Stevia / steviolglycoside
Ons Assortiment
Overige Natuurproducten
Webshop
Contact